Ga naar de inhoud

Dus jij gaat met zigeuners werken? Succes…

Door het beregende treinraam kijk ik naar buiten. Een groene rivier gaat onder mij voorbij, grasvelden bezaaid met afval, afgewisseld door kleine dorpjes, straatbeelden die me aan Oekraïne doen denken en het geraamte van wat ooit een gebouw genoemd werd glijdt aan mij voorbij. Gisteren keek ik door een nat vliegtuig raampje naar buiten terwijl een enkele traan over mijn wang rolde. De bruine jas van mijn zwaaiende moeder was uit het zicht verdwenen, zo liet ik opnieuw alles achter wat vertrouwd was. Na een uurtje waren de ergste afscheidsemoties tot bedaren gekomen en nog ruim een uur later landde ik op het regenachtige vliegveld van Boekarest. Bij de paspoortcontrole begroette is met enige trots en terughoudendheid de beambte met “Buna”, en toen hij het paspoort terugkwam bedankte ik hem met “multumesc”. Het gaf een voldaan gevoel dat ik in ieder geval iets kon zeggen in het Roemeens wat begrepen wordt!

Ik werd opgehaald door een goede kennis van mij die in Boekarest verblijft op dit moment. Bij haar mocht ik een nachtje verblijven voordat ik verder zou reizen naar Drobeta Turnu Severin. De zoon van haar beste vriendin was ook mee die voor mij mijn grote, 31,4 kilogram koffer trok en in de auto met grote kofferbak tilde. Zonder moeite en soms met enige frustratie loodste de chauffeur, die als naam de Roemeense versie van een Bijbelse profeet draagt, ons via een omweg naar het appartement. Via een omweg, dat wil zeggen, via de toeristische route. Langs het standbeeld van Mihai Viteaze die drie provincies tot één Roemenië heeft samengevoegd. Langs vele oude en goed- maar vooral ook slecht onderhouden gebouwen en langs een park dat ouder is dan de Verenigde staten, zo werd mij verteld. “Dus jij woont in Boekarest?” Vroeg ik aan onze praatgrage chauffeur. “Helaas wel!” Reageerde hij. “Ik zou liever op een plek willen wonen waar het minder druk is, minder geluid is en minder stinkt. Zoals in Oradea in het noorden, die stad lijkt op het Oostenrijkse Wenen. Een prachtige stad; lekker rustig, geen zigeuners…“ het was even stil. “Dus jij gaat met zigeuners werken? Succes…”

Terwijl ik nog even doorvroeg waar deze opmerking vandaan kwam reden we verder langs de Roemeense versie van de “Arc de Triomph”, en langs het twee na grootste gebouw ter wereld, het laatste gebouw dat dictator Nicolae Ceausescu in de vorige eeuw heeft gebouwd. Een prachtig en immens groot gebouw. Vlak daarachter staat een Orthodoxe kerk in aanbouw, als ik het goed heb begrepen ook de twee na grootste ter wereld. Gebouwd in de afgelopen decennia terwijl een groot deel van de stad leed onder het gebrek van warm water. Het was een klasse rondleiding door Boekarest, waarin ik veel interessante feitjes heb geleerd. Zoals bijvoorbeeld die van het metro station dat stiekem gebouwd wordt omdat het niet mocht van de vrouw van Nicolae Ceausescu. Zij vond namelijk dat studenten maar moesten lopen omdat ze te dik waren. Daarom heeft dit metrostation een perron van nog niet eens een meter tussen de muur en de aanstormende metro.

Nadat we veilig bij het appartement waren aangekomen genoot ik onder het genot van een bakje koffie van nog meer geschiedenis van Roemenië. Mijn goede kennis weet ontzettend veel en houdt ervan om die kennis te delen.

’s Avonds gingen we lopend nog even de stad in, dacht ik. Nog even werd echter een paar uur slenteren. Ook namen we de bus en de metro. We sloten de wandeling af met een pizza bij de Pizzahut. Na een lange dag met veel emoties en nieuwe indrukken dook ik mijn bed in, op de 8e verdieping van zomaar een flat in Boekarest, en sliep een lange, lange nacht.

Na een kort ontbijt vertrokken we met een taxi naar het station waar vandaan ik de trein zou nemen. Alles was geregeld door mijn lieve zorgzame gastvrouw waar ik de nacht had doorgebracht. Ze hielp mij ook met het kopen van een kaartje en begeleidde mij naar te trein terwijl zij de zware koffer voortduwde. Zwaaiend liet ik haar enkele tientallen minuten later achter toen de trein zich met een hoop gepiep in beweging zette.

In de trein krijg ik al snel te maken met verkopers. Kranten, boeken (helaas niet in het Engels) en allerlei ander goed wordt op mijn tafeltje uitgestald. De verkoper loopt weg en haalt het even later weer op.

“Buna ziua”, klinkt het al snel. Als de conducteur de wagon in komt. Mijn kaartje wordt met een bliep, bliep goedgekeurd. “Drobeta Turnu Severin”, zegt de conducteur terwijl hij het kaartje teruggeeft. Ik knik, daar ga ik heen. De komende vijf minuten hoor ik: “Buna ziua”, bliep bliep. “Buna ziua”, bliep bliep enzovoorts.

Via Google Translate probeer ik even een gesprek aan te knopen met de vrouw die dicht bij mij zit. Ik vraag waar zij heen reist. Ik denk te begrijpen dat ze een langere reis dan ik moet maken. Van wel 9 uur. Want ze steekt 9 vingers op, waarna ze met twee vingers haar halve wijsvinger aanwijst. Wat dat ermee te maken heeft weet ik dan weer niet…

En nu kijk ik door het beregende raampje naar buiten waar het Roemeense landschap aan mij voorbijglijdt. Ik denk aan de opmerking van gisteren: “Dus jij gaat met zigeuners werken? Succes…” Het gebed van mijn vader een paar dagen terug schiet me te binnen. “Toen U naar de aarde kwam heeft U ook juist omgezien naar de armen en verschopten”.

“Help ons U te volgen Heere”, bid ik in stilte.

So you are going to work with gypsies? Good luck…

Through the sprinkled train window, I look out. A green river passes beneath me, grass fields littered with rubbish, interspersed with small villages, street scenes that remind me of Ukraine and the skeleton of what was once called a building glides past me. Yesterday, I looked out through a wet aeroplane window as a single tear rolled down my cheek. The brown coat of my waving mother had disappeared from view, once again leaving behind everything that was familiar. After an hour, the worst farewell emotions had calmed down and more than an hour later I landed at the rainy Bucharest airport. At passport control, it was with some pride and restraint that I greeted the official with “Buna”, and when he returned the passport I thanked him with “multumesc”. It felt satisfying that at least I could say something in Romanian that is understood!

I was picked up by a good acquaintance of mine who is currently staying in Bucharest. She allowed me to stay with her for a night before travelling on to Drobeta Turnu Severin. Her best friend’s son was also along who pulled my large, 31.4-kilogram suitcase for me and lifted it into the car with large boot. Without effort and sometimes with some frustration, the driver, whose name is the Romanian version of a Biblical prophet, piloted us to the apartment via a diversion. Via a diversion, that is, via the tourist route. Past the statue of Mihai Viteazu who merged three provinces into one Romania. Past many old and well- but mostly poorly maintained buildings and past a park older than the United States, I was told. “So you live in Bucharest?” I asked our chatty driver. “Unfortunately yes!” He responded. “I would prefer to live in a place that is less crowded, less noisy and less smelly. Like Oradea in the north, which is a city similar to Austrian Vienna. A beautiful city; nice and quiet, no gypsies…” it was silent for a moment. “So you are going to work with gypsies right? Good luck…”.

While I continued to ask where this remark came from, we drove on past the Romanian version of the “Arc de Triomph”, and past the second largest building in the world, the last building built by dictator Nicolae Ceausescu in the last century. A beautiful and immense building. Just behind it is an Orthodox church under construction, if I understand correctly also the second largest in the world. Built in recent decades while much of the city suffered from the lack of hot water. It was a very good tour of Bucharest, during which I learnt many interesting facts. Like, for instance, the one about the metro station being built secretly because it was not allowed by Nicolae Ceausescu’s wife. After all, she thought students should just walk because they were too fat. That is why this metro station has a platform of not even one metre between the wall and the approaching metro.

After we arrived safely at the apartment, I enjoyed some more history of Romania over a cup of coffee. My good friend knows a lot and loves to share that knowledge.

In the evening, we walked into town for a while, I thought. However, just a little while turned into a couple of hours of strolling. We also took the bus and metro. We ended the walk with a pizza at the Pizza Hut. After a long day with many emotions and new impressions, I dove into my bed, on the 8th floor of just a flat in Bucharest, and slept a long, long night.

After a short breakfast, we left by taxi to the train station from where I would take the train. Everything had been arranged by my sweet caring hostess where I had spent the night. She also helped me buy a ticket and escorted me to train while pushing the heavy suitcase. Waving, I left her a few dozen minutes later as the train started moving with a lot of squeaking.

On the train, I soon find myself dealing with vendors. Newspapers, books (unfortunately not in English) and all sorts of other goodies are displayed on my little table. The vendor walks away and picks it up again a little later.

“Buna ziua,” it soon sounds. As the conductor enters the carriage. My ticket is approved with a bleep, bleep. “Drobeta Turnu Severin,” says the conductor as he hands the ticket back. I nod, there I go. For the next five minutes, I hear, “Buna ziua”, bleep bleep. “Buna ziua”, bleep bleep and so on.

Using Google translate, I briefly try to strike up a conversation with the woman sitting close to me. I ask where she is travelling to. I think I understand that she has to make a longer journey than me. Of up to 9 hours. Because she raises 9 fingers, then points her half index finger with two fingers. What that has to do with it I don’t know….

And now I look out through the sprinkled window where the Romanian landscape glides past me. I think of yesterday’s comment, “So you’re going to work with gypsies? Good luck…” My father’s prayer a few days back springs to mind. “When You came to earth You also cared specially for the poor and outcasts”.

“Help us to follow You Lord,” I pray silently.