Ga naar de inhoud

“Kan ze niet normaal praten?”

Ik zucht als ik mijn eerste zondagmorgen in Roemenië wakker wordt. Ik kan er nog niet aan wennen om in dit vreemde land alleen in een huis te wonen en voel me net als gisterenochtend erg eenzaam. Met moeite kom ik uit bed en begin mijn ochtendroutine. “Praise child and be warmed within”, lees ik een citaat van Jim Elliot die ik op de muur heb gehangen. Ik pak mijn gitaar en zing het grootste gedeelte van mijn stille tijd. Dat helpt me om mijn ogen van mijzelf af op de Heere te richten, maar het vervelende gevoel gaat niet helemaal weg. Ik ontbijt gehaast want ik zie dat het al bijna tijd is. Om kwart voor 10 moet ik bij Jantina zijn voor mijn lift naar de kerk.

We gaan naar een baptisten kerk die gebouwd is met behulp van Amerikaanse sponsors. Het is een groot en mooi gebouw. Aan de muur hangen verschillende “Ik ben” teksten. We zingen enkele liederen afgewisseld met gebeden en een meditatie over Psalm 121 waarmee het gezamenlijke gebedsmoment ingeluid wordt. Jantina vertaald voor mij. “De HEERE kent en ziet ons, Hij kent ook onze problemen en Hij is het waard om op te bouwen” zo deelt de broeder bemoedigende inzichten uit de Psalm.

Voordat de preek begint doet een andere broeder, een oudere voorganger die voor de dienst mijn hand al had geschud, de mededelingen. Ook de nieuwe mensen worden welkom geheten. Ik mag even opstaan om mezelf voor te stellen. Dat mag in het Engels, een taal die veel mensen in deze kerk in meerdere of mindere mate beheersen. “Pacea” begin ik met de baptistengroet die ik inmiddels geleerd heb, wat zoiets als “vrede” betekent, en ik stel me kort in het Engels voor. De voorganger complimenteert dat ik al goed Roemeens kan :).

Vervolgens zijn er bijdragen uit de gemeente in de vorm van het voordragen van een gedicht en lied. Daarna wordt er weer gebeden en komt de preek (weer door een andere broeder) over 1 Samuel 3 “Spreek HEERE want Uw knecht luistert”. De dienst die twee uur duurt gaat voor mijn gevoel snel voorbij, ik ben bemoedigd door de boodschap van de preek, dat als we willen dat de Heere tot ons spreekt we een bereidwillig hart moeten hebben om Hem in de kleine dingen te dienen en gewillig zijn de kosten daarvoor te betalen. Na de dienst en een heleboel “pacea’s” later gaan we op huis aan. In “Stradă Horaƫiu” wordt de auto geparkeerd in de buurt van het appartementen complex waar Jantina’s appartement een plekje heeft op de vierde verdieping. In het trappenhuis hangt onder en bovenaan elke trap een lamp die met behulp van een sensor aanschiet als je er onderdoor loopt. Op de eerste verdieping hangt een altijd flikkerend peertje die net als de anderen trouw aangaat als de sensor beweging signaleert.

Deze middag hebben we kinderclub in een dorp op het platteland. Na een bakje koffie en de middagmaaltijd die we Jantina’s hele gezin gebruiken vertrekken Jantina en ik meteen. Als we uit de stad rijden komen we al snel in de heuvels. Ik besef me dat ik Roemenië mooi begin te vinden.

Het dorp Sisești is op een half uur rijden afstand. We halen een aantal kinderen op met de auto omdat het anders te ver is voor ze om te lopen. Om de tuin van elk huis staat een groot hek. Daarachter zien we de voor Nederlandse begrippen schamele huisjes met een vaak open zolder. Terwijl één kind uit de auto stapt om een ander kind thuis op te halen voert Jantina een gesprek met Andrea van 4 jaar die benieuwd is wie ik ben. “Welke taal praat ze?” “Ze praat Nederlands”, reageert Jantina. “Praat ze niet normaal?” Vraagt Andrea met haar grote vragende ogen. Daar moeten we om lachen. Ik vraag naar haar naam en stel mezelf voor in het Roemeens, het enige gesprekje dat ik wel in deze taal kan voeren. Ditzelfde gesprekje herhaalt zich later met Andrea’s zus Janina die terugkomt van het halen van het andere kind, helaas zonder kind.

Meerdere kinderen kunnen vandaag niet komen, we zijn uiteindelijk met vijf kinderen. De club vind plaats in een klein zaaltje van de kerk met in de hoek een houtkachel die nog een beetje warm is. Er heerst een positieve sfeer als er met elkaar gesproken, gezongen, gebeden en uiteindelijk nog even gespeeld wordt. Het is zulk lekker weer dat we naar buiten kunnen om een werpspelletje met pittenzakken te doen.

Het contact met de kinderen vind ik heerlijk. Sommigen kunnen ook best een mondje Engels. Ik ben blij en dankbaar als we rond vier uur met één pittenzak minder en met vijf kinderen op de achterbank bij de kerk wegrijden. De kinderen worden verderop afgezet, de pittenzak blijft achter op het dak van de kerk waar één van de kinderen hem uit enthousiasme op gegooid had.

Terwijl Jantina de auto richting de stad stuurt praten we na over de club, de kinderen en de verschillende dorpsculturen. Hoewel buiten nog een fris windje waait warmt de zon de auto snel op. Ik realiseer me dankbaar dat met de wolken van deze ochtend ook het vervelende gevoel van eenzaamheid is verdwenen.

Can’t she talk normally?

I sigh as I wake up my first Sunday morning in Romania. I still cannot get used to living alone in a house in this strange country and, like yesterday morning, feel very lonely. With difficulty, I get out of bed and start my morning routine. “Praise child and be warmed within,” I read a quote by Jim Elliot that I have hung on the wall. I grab my guitar and sing most of my quiet time. This helps me turn my eyes away from myself to the Lord, but the unpleasant feeling does not go away completely. I have breakfast in a hurry because I see that it is almost time already. At a quarter to 10 I have to be at Jantina’s for my lift to church.

We go to a Baptist church built with the help of US sponsors. It is a big and beautiful building. On the wall are several “I am” texts. We sing some songs interspersed with prayers and a meditation on Psalm 121 that ushers in the joint prayer time. Jantina translates for me. “The LORD knows and sees us, He also knows our problems and He is worth to build on” is how the brother shares encouraging insights from the Psalm.

Before the sermon begins, another brother, an older pastor who had already shaken my hand before the service, makes the announcements. The new people are also welcomed. I am allowed to stand up briefly introduce myself. This is allowed in English, a language that many people in this church master to varying degrees. “Pacea” I begin with the Baptist greeting I have already learned, which means something like “peace”, and I briefly introduce myself in English. The pastor compliments that I can already speak Romanian well :).

Then there are contributions from the congregation in the form of reciting a poem and song. Then there is another prayer and the sermon comes (again by another brother) on 1 Samuel 3 “Speak LORD because Your servant is listening”. The two-hour service goes by quickly for my feeling, I am encouraged by the message of the sermon, that if we want the Lord to speak to us we must have a willing heart to serve Him in the little things and be willing to pay the cost for it. After the service and a lot of “paceas” later, we headed home. In “Stradă Horaƫiu”, the car is parked near the apartment complex where Jantina’s flat has a place on the fourth floor. In the stairwell, a lamp hangs below and at the top of each staircase that turns on with the help of a sensor when you walk under it. On the first floor, there is an ever-flickering bulb that, like the others, turns on faithfully when the sensor detects movement.

This afternoon we have children’s club in a village in the countryside. After a cup of coffee and the midday meal we have with Jantina’s whole family, Jantina and I leave immediately. Driving out of the city, we soon find ourselves in the hills. I realise that I am beginning to like Romania.

The village of Sisești is half an hour’s drive away. We pick up some children by car because otherwise it is too far for them to walk. Around the garden of each house is a large fence. Behind it, we see the by Dutch standards meagre houses with an often open attic. As one child gets out of the car to pick up another child at home, Jantina strikes up a conversation with 4-year-old Andrea, who is curious to know who I am. “What language does she speak?” “She talks Dutch,” Jantina responds. “Doesn’t she talk normally?” Asks Andrea with her big questioning eyes. We have to laugh at that. I ask for her name and introduce myself in Romanian, the only little conversation I can have in this language. This same little conversation repeats itself later with Andrea’s sister Janina who comes back from fetching the other child, unfortunately without a child.

Several children cannot come today, we end up with five children. The club takes place in a small room of the church with a wood-burning stove in the corner that is still a little warm. There is a positive atmosphere as we talk, sing, pray and eventually play with each other for a while. The weather is so nice that we can go outside to play a pitching game with beanbags.

I love the contact with the children. Some can also speak quite a bit of English. I am happy and grateful when we drive away from the church at around four o’clock with one less beanbag and with five children on the back seat. The children are dropped off further down the road, the beanbag remains on the roof of the church where one of the children had thrown it out of enthusiasm.

As Jantina steers the car towards town, we talk about the club, the children and the different village cultures. Although a chilly breeze is still blowing outside, the sun is quickly warming the car. I gratefully realise that with this morning’s clouds, the unpleasant feeling of loneliness has also disappeared.